Op zoek naar de vergeten spoorlijn Mechelen- Terneuzen

BN/DeStem - Conny van Gremberghe en Cees Maas - 5 juni 2004

Staatssecretaris M. van der Laan van Cultuur peinst er niet over om het oude spoorviaduct van de lijn Mechelen-Terneuzen de status van beschermd monument te verlenen. De Raad van Cultuur vindt het bouwwerk ’niet bijzonder’. Daarmee gaat de raad voorbij aan waar het spoorbruggetje eigenlijk voor staat. Het is namelijk de laatste relikwie, dat herinnert aan de tijd dat Zeeuws-Vlaanderen het dichtstbespoorde gebied was van heel Nederland. Er liggen nog resten. Op zoek dus, naar de vergeten spoorlijn.

De oude man in Axel bladert glimlachend in zijn mappen. Hij toont oude foto’s van treinen en stationnetjes. Rails en wissels. Mannen in werkkiel. Pikhouwelen en stoom.

„Dat is dus allemaal weg. Verleden tijd“, zegt hij

Zeeuws-Vlaanderen zonder spoor-en buurtspoorwegen was nooit het Zeeuws-Vlaanderen van nu geworden. August Verstraeten (94), spoorwegman in ruste uit Axel, weet dat zeker.

„Het spoor - de lijnen Mechelen-Terneuzen, Gent-Terneuzen de stoomtram Breskens-Maldegem en de Zeeuws-Vlaamse Tramweg Maatschappij (ZVTM)- zorgde ervoor dat het gebied werd opengelegd. De industrialisatie van de Kanaalzone kreeg door de ligging aan diep water, maar vooral ook door de spoorwegverbindingen met het achterland, een enorme impuls. De landbouw kon graan en bieten goedkoop vervoeren. Zonder het spoor zou de twintigste eeuw de negentiende zijn gebleven.“

We rijden door een land waar de bomen met alle kracht aan de lente doen. Stille huisjes hangen aan groene dijken met fluitekruid. Populieren aan de horizon. De oude spoorbrug bij de buurtschap Schapenbout is half overwoekerd met wilde planten. De metalen leuning op de brug lijkt nog behoorlijk stevig.

August kwam op zijn achttiende bij het spoor. Bij Mechelen-Terneuzen, de in 1871 opgerichte en in 1951 opgedoekte Belgische maatschappij. Dat hij bij de door Belgen gedomineerde maatschappij binnen kon komen als grondwerker had hij vooral te danken aan zijn vader, schoon- en grootvader die hem voor waren gegaan. ,,MT was een echt familiebedrijf, daar kwam je zomaar niet bij.“

De familie Verstraeten was nauw betrokken bij de bouw van het viaduct Schapenbout. De mannen deden de betonwerken, het grondwerk. De loopbaan van Verstraeten verliep voorspoedig. Toen in 1928 een rangeerder twee treinen op het station Kijkuit tegen elkaar had laten lopen, mocht Verstraeten de puinhopen opruimen. ,,Ik deed dat klaarblijkelijk zo goed, dat ik onmiddellijk gepromoveerd werd tot rangeermeester.“

Aan de westkant van Axel kun je nog goed zien waar het spoor liep. Aan de volkstuintjes, want waar rails liggen, liggen immers volkstuintjes? Maar er is geen rails meer te zien, hier op de kruising van de Singelweg met de Singel. Wel half verrotte bielzen in de slootkant. En sintels op het pad. Oudere Axelaars weten het nog: hier was destijds een spoorwegovergang. Aan de overkant van de weg heeft de voormalige gemeente Axel op de plaats van de baan een langgerekt stadspark aangelegd.

Lang zat de Axelaar niet op Kijkuit. Op z’n 19e moest hij, tegen zijn zin, het leger in. Door zijn diensttijd miste hij net de piekperiode van Mechelen-Terneuzen. De jaren 1929/1930, toen in Sluiskil de kunstmestfabriek ’l Azote (tegenwoordig Yara) uit de grond werd gestampt. Veel bouwmaterialen en fabrieksinstallaties werden toen per spoor uit Frankrijk en België aangevoerd.

Het stadspark volgend, staat, wat verloren, een monument. Een herinnering die getuigt van historisch besef van het gemeentebestuur. Het sobere object is een kever van brons op treinwielen. Rondom ligt een forse lading hondenpoep.

Er is hier nog een Stationsstraat, maar treinen stoppen er al lang niet meer. Verder gaat het, langs een spoorlijn die verdampt is in de tijd.

Na zijn diensttijd werd Verstraeten te werk gesteld als rangeerder op het station Sluiskil, waar het vaak erg druk was, omdat er wagons vol kolen voor de Cokesfabriek verladen moesten worden. Ook mijnstutten, ijzererts, papierhout en wol passeerden dit station.

De lijn Mechelen-Terneuzen kwam slecht uit de Tweede Wereldoorlog. Het tracé was zwaar beschadigd en moest vrijwel opnieuw worden aangelegd. De maatschappij was bovendien armlastig.

Het was dan ook niet zo vreemd dat de maatschappij in 1951 overging in handen van de Nederlandse Spoorwegen.

Buiten Axel. Ook hier was een overgang. Dat kun je zien aan de opklimmende weg. Alweer oude bielzen. Ze zijn gebruikt in de omheining van de weilanden. Een enkele biels steekt omhoog uit het landschap. Op wat eens de spoorbaan was, staan nu klaprozen en een gierkar.

De MT’er Verstraeten werd NS’er, maar niet echt. Tot 1968 bleef hij in dienst. In een administratieve functie. In datzelfde jaar doekten de NS de lijn Mechelen-Terneuzen op. Verstraeten mocht de laatste trein op het tracé begeleiden. De laatste 35 jaar vertoeft Verstraeten nog regelmatig op plekken waar vroeger de treinen passeerden. Verstraeten kent het oude tracé dat in de jaren ’90 door de Maarssense bouwonderneming Structon in opdracht van de NS werd opgeruimd, op zijn duimpje.

Kijk uit voor Kijkuit! Het gehucht tussen Axel en Hulst was voor de spoorlijn van belang. Er staat nog wel een grondig verbouwd spoorhuis naast het tracé. Door de hoogte en het model van het gebouw kun je het als zodanig herkennen.

Omdat Kijkuit op een dijk ligt, kun je ver over het land kijken. Van verre, als een kaarsrechte dorre streep in een andere kleur dan de omringende akkers, trekt de oude spoorlijn nog een duidelijke streep door de landerijen.

Tien jaar terug probeerde de regionale natuurbeschermingsvereniging De Steltkluut om het oude spoortracé te behoeden voor een ontmanteling. Op de plekken waar ooit de treinen denderden, waren bijzondere natuurgebiedjes ontstaan met een flora en fauna die het beschermen waard waren. Een beschermde status bleef echter uit. Ook al, omdat de gemeenten Hulst en Axel en boeren zich aandienden bij de NS met verzoeken om delen van de oude lijn te kopen. Voor woningbouw, akkers en volkstuintjes.

Verderop ligt nog een oude spoorbrug, maar je ziet hem nauwelijks want hij ligt daar als een plank over een sloot: zonder enige opbouw. De brug spant over het kanaaltje tussen Axel en Gent en wordt uitsluitend nog door boeren gebruikt. De bovenkant bestaat uit geschilferde spoorbielzen, maar aan de zijkanten heeft de metselaar destijds zijn best gedaan. De verspringende hoeken van donkere baksteen zijn gemaakt met degelijk vakmanschap. Het siermetselwerk ligt nu voor niets in de klei van de polder. Geen kraai kijkt er naar.

Net over de grens in België ging het wezenlijk anders. CD&V-voorman en heemkundige Robert van Duyse uit De Klinge pleitte in die jaren voor een beschermde status van de oude spoorwegrestanten tussen de Nederlandse grens en Sint-Niklaas. We treffen hem in de staminee De Oude Statie. „Ik woon naast de baan“, zegt hij, „als kleine jongen sprong ik op de trein om op tijd op school te zijn in Sint-Niklaas.“ Hij vindt het jammer dat de rijksoverheid in Nederland niets doet om de oude spoorlijn op een of andere manier te conserveren of er een fietsroute langs te leggen. Want dat zou goed mogelijk zijn.

„Je kunt je eigen verleden toch niet vergeten, hè, dan ben je echt verkeerd bezig“.

Na veel vijven en zessen kende de Belgische regering in 1997 het gebied de status van beschermd landschap toe. Tegenwoordig is een deel van het oude tracé het domein van fietsers. De rails hebben plaatsgemaakt voor glad asfalt en fijn grind. Het spoor in Zeeuws-Vlaanderen bleef, na sluiting, meer dan twintig jaar liggen, omdat Defensie dacht dat de lijn ooit nog wel eens gebruikt kon worden voor Navo-doeleinden.

Op naar Hulst! En daar vinden we zowaar nog twee echte oude stukken rails. Dit is de plek waar de oude heer Verstraeten altijd even halt houdt tijdens zijn fietstochten door de regio om te mijmeren over toen. In het stadje zelf knorren de auto’s over het Scharnier. Daar ook staat een mooi opgeknapte oud loods van de lijn. Hoog aan de gevel hangt een bord met de tekst: Place de la gare Centrale.

Het gemeentebestuur van Axel maakte zich ook sterk voor een beschermde status van het spoorviaduct Schapenbout. De nieuwe gemeente Terneuzen, waarin Axel opging, nam dit streven over.

En meer, voor de opknapbeurt van het bouwwerk werd ruim 124.000 euro bijeengeharkt. Wethouder A. van Waes (Openbare Werken) van Terneuzen vindt het jammer dat het Rijk het bruggetje niet de moeite van het bewaren waard vindt. „Neemt niet weg dat wij het gewoon zullen opknappen“, zegt Van Waes. Verstraeten kan het niet goed begrijpen dat de bewindsvrouwe voorbijgaat aan de betekenis van de regionale spoorwegen voor Zeeuws-Vlaanderen. ,,Uit de afwijzing blijkt weer dat Zeeuws-Vlaanderen eigenlijk niet bij Nederland hoort.“

Het lijkt op een contradictie, want spoorwegmusea weten wel dat er in de streek bezuiden de Westerschelde nog veel te halen valt. Twee jaar geleden vergaarde het spoorwegmuseum Hoorn-Enkhuizen nog interessante data bij de laatste in leven zijnde spoorwegmannen. In Hulst werd een oude wagon - in gebruik als duiventil - gevonden en aangekocht.

En Verstraetens archief? Dat zal zeker ook naar een van de musea gaan. Net als zijn -nimmer gedragen NS-uniform- dat binnenkort aan de collectie van Stoomtrein Goes-Borssele wordt toegevoegd.

De zoektocht eindigt in België, aan de grens in De Klinge. Daar wordt de spoorlijn wel beschouwd als beschermd monument. Hier vinden we tenminste overblijfselen die gekoesterd en geconserveerd worden. Er liggen nog rails met een wissel erin en een stootblok aan het eind. Er staat een oud andreaskruis en een waarschuwingsbord met een stoomlocomotief erop. We hebben het eind bereikt van het Nederlandse stuk van een spoorlijn die ooit roemrucht was, maar opgelost is in de tijd. Wat resten nog, tussen de klei en de klaprozen. Wat herinneringen in het hoofd van een oude man.